art for all

Al enkele jaren zijn Jenny en haar man Wim actief bij ART FOR ALL . Deze stichting is er voor kinderen in de wereld die getroffen zijn door oorlog, armoede, ziekte en allerlei vormen van geweld. Met kleur, kwast, hout, zaag en nog een heleboel meer, reizen kunstenaars naar hen toe om ze de mogelijkheid te geven om zelf kunst te maken. Het hoogtepunt is een Full Color Blast Parade. De kunstenaars geven vrijwillig hun talenten en tijd om een paar keer per jaar ergens in de wereld de 'de boel op stelten te zetten'.

Ook in 2006 en 2007 hadden Jenny en Wim leiding over een AFA team in Oeganda.

Voor fotomatriaal www.artforall.nl

Verslag Art for all Oeganda 2/03-26/03/2007

En we vlogen weer. Richting Oeganda. Dit jaar bestond het team van ART For All uit Wim en Jenny, Bart, Tinka en Loes. Het was ons gelukt, na heel wat over-en-weer gemail en gebabbel met 275kg bagage in te checken. In onze koffers een heleboel zakjes, met heel veel liefde gevuld door kinderen van hier voor kinderen van ginder, prachtig. Verder nog knutsel en speelmateriaal (verf en papier stond al op ons te wachten in Entebbe) en niet te vergeten bergen ingezamelde BH’s.

A wello kello yewno, als de vreemdeling komt geniet iedereen mee!

War Child

Dit jaar zouden we drie weken gaan samenwerken met de organisatie WAR CHILD Holland. Deze organisatie richt zich tot kinderen en hun ouders in oorlogsgebied. Met als doel hen psychosociaal te ondersteunen door het opzetten van programma’s waarin de kracht van creativiteit en sport een centrale plaats krijgt. Dit sluit natuurlijk prachtig aan bij onze visie: kinderen in moeilijke en benarde omstandigheden de kans bieden met verf, kwast, papier en spel, op honderdduizend verschillende frisse en kleurige manieren te experimenteren. Even een “echte kunstenaar” zijn of gewoon heel veel plezier hebben.

Gulu

De vorige drie jaren had een team van ARTFORALL steeds in Gulu gewerkt, op een rehabilitaiecentrum van World Vision. Als je daar dan aankomt, is het toch ook een beetje “thuis komen”. We konden niet wachten onze vrienden op te zoeken, te spreken, te zien.

Itininie? Itimabe“Hoe gaat het met je? Het gaat goed.

Het gaat goed. Het is natuurlijk een groet als een ander. Toch merken we dat de sfeer in Gulu totaal anders is dan een aantal jaar geleden. Het leeft meer, er word volop gebouwd, het is een stad in volle ontwikkeling. “Er is vrede” word gezegd, “de rebellen zijn weg, gevlucht naar Soedan, de oorlog die ons meer dan 20 jaar beheerste, is over. We kunnen weer ademen”. De waarheid is dat de onderhandelingen steeds vastlopen en dat standvastige vrede nog veraf lijkt; Maar toch. Het lied dat we vier jaar geleden introduceerden, Gulu will shine again, vindt plaats.Wat fijn om horen: Gulu bevrijdt, een droom werd werkelijkheid!

Bevrijdt, maar toch; we ontmoeten Florence, we hadden haar 2 jaar geleden leren kennen in het opvangcentrum voor gewezen kindsoldaten (World Vision). Toen was ze zwanger, nu heeft ze haar zoontje. Ze noemt hem “God is genadig”. Ze is vrij, heeft een hutje in een van de vluchtelingenkampen vanGulu. Alleen, ze heeft geen werk en geen familie, en het is zo moeilijk een plaatsje te verwerven, je bent ten slotte zo lang bij de rebellen geweest…. Ze spreekt maar enkele woorden Engels maar haar gelaatsuitdrukking zegt zoveel. De rebellen ontnamen haar meer dan haar vrijheid…Wij konden haar meer dan honderd nieuwe BH`s geven , daar kan ze een eigen zaakje mee beginnen. Dank aan de Hema die ons honderden BH´s en ondergoed had gegeven.

Kitgum

Vanuit Gulu moeten we nog 90 km verderop naar het noorden, richting Soedan. Daar ligt de stad Kitgum, onze bestemming. Rondom Kitgum zijn er verschillende vluchtelingenkampen waaronder: Amida, Padibe, Akwang, Labuye, Palabek.

Deze kampen bestaan uit honderden soms duizenden hutjes, dicht naast elkaar gebouwd, soms zit er niet eens een meter tussen. De mensen wonen er letterlijk op elkaar gepakt, sommigen van hen al 20 jaar. Hun kinderen zijn er geboren en hebben nooit anders gezien. Er is weinig mogelijkheid tot werk, er is veel verveling, uitzichtloosheid en armoede. Natuurlijk zou iedereen graag naar een eigen plekje gaan, nu de oorlog voorbij is en de dreiging van de rebellen verdwenen. Alleen, hoe begin je er aan? De omgeving is één groot stuk verlaten gebied, “buch”. Er zijn geen voorzieningen, geen school, geen handel, geen ziekenhuizen. De regering gwil mensen wel stimuleren om naar hun dorpen terug te keren maar daar is heel veel startkapitaal voor nodig en dat lijkt te ontbreken. Bovendien zit de angst er bij de mensen diep in.

De eerste twee dagen werken we met de vaste staf van WCH. Dus eerst met hen het programma doorworstelen. Niet teveel theorie maar lekker veel praktijk. “Hier met die verf en die borstels, kliederen maar!” Rennen en springen als kinderen, de gekste dingen uitbeelden, je gezicht in allerlei emoties wringen. Aan den lijve ondervinden, werkt vaak het beste. Het is de bedoeling dat de staf, wanneer wij weer weg zijn verder kunnen met ons aanbod.

Amida

De eerste dagen werken we in de “Child Friendly Place” van het vluchtelingenkamp, Amida. Deze plaats ligt midden in het kamp, onze komst blijft niet onopgemerkt. Voor de kinderen blijken we magnetische aantrekkingskracht te hebben. Of je nu aan het werk bent, de borstels uitspoelt, gaat plassen of gewoon even uitrust, steeds ben je onnoemelijk interessant. En word je door ontelbare bruine gezichtjes aangestaard, één grimas is genoeg om een lachsaldo uit te lokken. We laten deze aandacht niet ongebruikt, met restjes verf toveren we ze om in prinsjes en prinsesjes of we organiseren een heus waterspel met een kletsje water. Ook zij profiteren van deze nabijheid, meermaals voel ik hoe een klein vies handje mijn arm of mijn haren streelt en één keer word ik helemaal vertederd door een stiekem, lief kusje….

Tijdens die eerste middagpauze, we eten appelbanaantjes met chappati (pannenkoekenbrood), zien we een rookpluim uit het kamp opkomen. Het duurt niet lang en het zijn bomenhoge vuurtongen. Brand! Ons instinct zegt ons dat we moeten helpen maar de staf van War Child houdt ons tegen. “Nee, dat mag niet, veel te gevaarlijk”. Het zijn verwarrende momenten. Je kunt toch niet staan kijken hoe vlak naast je het weinige bezit van deze mensen in rook opgaat? Blijkbaar merkt de staf dat we dit ook niet van plan zijn en wint onze vastberadenheid het van hun verantwoordelijkheidsgevoel over ons, we gaan.

De brand

Het is even slikken, niet angst overvalt ons wel de immense machteloosheid. Heeft helpen wel zin? Het is een snikhete dag, er staat een hevige wind, de hutten zijn vlak naast elkaar gebouwd. De strooien daken, evenals het brandhout en de balen stro die tussen de hutten liggen opgeslagen, zijn kurkdroog. Het vuur heeft alle kans en verwoest de éne na de andere hut. Waar moet je in hemelsnaam beginnen?

“De daken, de daken moeten er af!!!” Doen we, maar waar moet je ze vervolgens kwijt? “Ver genoeg beginnen, de hutten vlak bij de brand zijn toch verloren, we moeten een hele rij hutten ontdoen van daken!” We roepen en denken hard op. We verstaan de taal niet, en spreken ze nog minder, maar we vinden en begrijpen elkaar. We zwoegen en zweten en rennen van hier naar ginder, we helpen de vrouwen met het versleuren van huisraad en zakken meel, wat dekens en slaapmatjes, meer is er immers niet in de hutten. We ontmoeten zoveel verschillende emoties. Ik kijk recht in de ogen van een jonge moeder, paniek, haar mond open in een schreeuw maar er komt geen geluid meer. Sommigen mensen lijken in shock en bewegen niet meer, een vrouw moet uit een hut gesleurd worden, haar benen zijn verbrand. Ze was van plan daar te sterven. Anderen houden het hoofd koel en slagen er in de boel te organiseren. Weer anderen kijken alleen maar, hebben ze dit al te vaak zien gebeuren? Kleine kinderen in panische angst staan wenend bij elkaar, baby’s op hun rug gebonden. Hoe dikwijls zijn deze kinderen al bang geweest? Veel te dikwijls!

156 hutten gaan in rook op, een tweede brandhaard kan sneller ingeperkt worden, daar slechts 5 hutten verbrand. Teveel maar toch beter dan 500 of duizend zoals op het kamp in Padibe.

Vuil keren we terug naar de “Child Friendly Place”, we deden wat we konden, maar het was te weinig, en het zal altijd te weinig zijn, we wonnen uiteindelijk de strijd met het vuur, toch voelen we ons zo ontzettend verslagen…..

Dan doet het deugd als één van die mensen je hand grijpt en even met je hand in hand loopt.

Laat ons nooit ophouden “het weinige” te doen!

Her gerucht dat wij blanken ook geholpen hebben met die brand gaat ook als een lopend vuurtje. Nog voor we terug zijn in Kitgum weten ze er daar van e,n ook op de andere kampen wordt het verteld;

We wassen ons gezicht en onze handen en gaan verder met onze namiddagsessie.

Amida krijgt een bijzondere plek in ons hart. De bedoeling is dat we er gaan werken met een 25 tal kinderen en een even grote groep ouders. We organiseren het zo dat de staf samen met ons het programma leidt. Het lijkt wel de wonderlijke vermenigvuldiging want voor we het weten werken we niet met 25 maar met 125 volwassenen en met even zoveel kinderen. Stralend, lachende gezichten van moeders, vaders, oma’s, opa’s en kinderen als we “dikke Bertha” spelen. Allemaal worden ze opgetild. Een verbeten blik bij het vlaggenspel. Winnen is niet belangrijk maar het blijft plezant. Zo veel concentratie bij het tekenen en schilderen, eerst altijd wat onzeker maar nadien steeds meer opgetogen en ten slotte verwonderd, heb ik dit echt gemaakt?

De gezinnen die door de brand zijn getroffen krijgen onze “kind vriendelijke” pakketjes en pennenzakjes. En voor de vrouwen houden we een “kies-een-leuke-bh-uit-voormiddag”, het wordt een gezellig, kwebbelend, passend en keurend vrouwen-onderonsje. Die vrouwen krijgen er echt een meerwaarde gevoel bij.

Padibe

Peace, is één van de vaste CCT’s (creative communiti workers) van Padibe. Ook daar hebben we een programma. Ook hier niet 25 maar op z’n minst 125 kinderen. Ieder een groep van 25 dan maar. We zijn het ondertussen al gewoon. Regen overvalt ons. We schuilen in een donker, muf gebouwtje dat hier ook wel klas wordt genoemd. We zitten op elkaar gepakt maar geen nood; met je handen kan je de wonderlijkste ritmens klappen, Bart en Wim goochelen met lichtjes en is dit niet het ideale moment om deze kinderen wat Nederlands te leren? Zingen maar: “Van voor, naar achter, van links, naar rechts, van boven, naar onder…”

Na afloop vraagt Peace ons of we hem willen bezoeken, hij woont met zijn vader in het kamp, samen met 43.000 andere vluchtelingen. We rijden door Padibe. De troosteloosheid en armoede overvalt ons. 2/3de van de hutten hebben daken van plastiek wat betekent dat het ook hier gebrand heeft en er nog geen tijd was voor herstel. Ook de zware regen deed hier zijn deel, sommige muren zijn gewoon weggespoeld. En dan al die kinderen, met flarden van klederen…. En toch is Peace een stralende persoonlijkheid, hoe hou je dit vol? Wat een held!

Die avond, als we de dag overdenken, vinden we geen woorden, er komen enkel tranen.

O, dat mijn verdriet toch goed gewogen werd,

En men mijn leed in een weegschaal daarnaast legde!

Ja, dan zou het zwaarder blijken dan het zand der zee!

Citaat Job.

Soms is het leed dat je ontmoet te groot voor woorden.

We willen graag zoveel mogelijk contact met de plaatselijke bevolking. We verblijven, samen met een schare kakkerlakken en enkele schorpioenen in een lokaal hotelletje. We vinden onze vaste stek in enkele eenvoudige restaurantjes. Op de markt, dansen we met de vrouwen. We koken een paar keer ons eigen potje samen met de buren. En we krijgen contact

Hoe meer we de mensen leren kennen, hoe meer we hun verhalen horen. Het lijkt wel of iedereen in Kitgum op één of andere manier getroffen werd door de oorlog.

Jennifer

Jennifer, heeft een keuken vlak naast een drinkgelegenheid en één gerecht op haar menukaart:

  • Varkensvlees (porc)
  • Yamwortel (als friet in olie gebakken)
  • Tomaatje(in het seizoen)

2000 schilling (nog geen euro)

Aan te bevelen! Een smaakvol 1° klasse gerecht!

Jennifer is 17, ze verloor haar beide ouders in de oorlog en ze draagt zorg voor haar jongere broer. Met haar kookkunsten probeert ze in haar onderhoud en schoolgeld en ook dat van haar broer te voorzien. Zelf moest ze door geldgebrek haar studie onderbreken in senior 4. Haar keuken is een bamboehutje van 2m op 1.5 en heeft een dak van verduurde plastiek waardoor het binnen regent. Bij regen kan er dus niet gekookt worden en is er geen verdienste. Jennifer is een kranige tante, je zou haast vergeten dat ze nog maar een meisje is!

We besluiten haar een dak van golfplaten te geven. Haar reactie daarop ontroerde me. Geen uitgelaten handengeklap of uitbundig dankjewel. “This means that you love me.” Zei ze heel kalm. “Dit betekent dat jullie om me geven.” Inderdaad Jennifer, mooier zouden we het niet kunnen samenvatten.

Chalon

Chalon, onze “driver”, hij werd 5 dagen gevangen gehouden door de rebellen. 5 dagen en nachten zonder slaap en met een minimum aan voedsel. Samen met 11 anderen, moest hij zware lasten dragen tot over de grens van Soedan. Ze waren uitgeput, hun voeten en benen lagen open van het sluipen door het hoge gras, en toen, in Soedan, mochten ze weer vrij. “Wie toch die rebellen zijn?” vragen we. Het zijn kinderen en tieners, jongentjes nog. Er was slechts één volwassene bij. “En wat hem het meeste is bijgebleven?” willen we weten. “Toen we vrijgelaten werden was er één jongen van een jaar of 8 die steeds maar vroeg of hij één van ons mocht doodschieten. Hij kreeg echter geen toestemming. We hebben geluk gehad.”

Je kunt je niet inbeelden hoe groot de beschadiging is die deze jonge kindsoldaten hebben opgelopen.

Drie weken waren we in Kitgum. In de voormiddag werkten we in de kampen. In de namiddag vaak in scholen met kinderen uit de kampen. Tussendoor legden we vele contacten en brachten we hier en daar een bezoek. Tinka stak een beloftevolle voetbalploeg in een “echte” voetbaluitrusting, dat belooft. Bart was bijna 24 op 24 u goochelaar. Onze ritten naar en van de kampen waren adembenemend, en dat kwam niet alleen door de prachtige zichten, je kunt je niet voorstellen hoeveel mensen er in 1m² kunnen. Het was een druk programma. We werkten in 5 vluchtelingenkampen.

Jenny in het ziekenhuis

Ons team kreeg te maken met ziekte. Jenny werd zelfs twee dagen opgenomen in het ziekenhuis. Extreme uitdroging dus aan het infuus. Eeen eersteklas kmar, dat betekent in ieder geval een laken op het bed, maar in die afdeling geen stromend water. Wim bleef bij haar, want basiszorg, wordt in Oeganda door familie gegeven., maar ook het infuus verwisselen, anders was daar niet veel van terechtgekomen. Spannende momenten, niets blijkt vanzelfsprekend, ook niet voor ons. Een aparte ervaring die we toch niemand aanraden. God was gelukkig met ons.

Palabek

De laatste week werkten we vooral in Palabek. Het werk door War Child was er nog maar net gestart. Ook daar ons programma. Daarnaast werden de binnenmuren van de nieuwe “Child Friendly Place” beschilderd met fleurige silhouettekeningen in de meest grappige houdingen. Ze mogen daar in Palabek trots zijn op eigen werk.

De parade

De laatste dag een parade. Eén lange stoet van kleuren en vormen. Voorop grote vlaggen, beschilderde met belangrijke Oegandese symbolen als de hut, de voorraadschuur, de dans, de tamtam. Meters doek waarop “het dorpvan mijn dromen”. Kragen, frutsels, kleuren. Een echte fanfare. Lachende, blije, trotse gezichten onder wonderlijke hoeden. Een optocht die gonst van creativiteit. Maar bovenal een parade van hoop, hoop op kleur in het leven, temidden van een kleurloos saai vluchtelingenkamp. Bewoners stonden langs de kant te klappen of te wenen.

De kracht van eenvoud

Terwijl je daar bent sta je natuurlijk wel eens stil bij wat je doet en of dat nu echt een verschil zal maken. Ik denk het wel. We zijn van de mensen gaan houden. Dat komt vanzelf. Want ver weg van stromend water, bekende geuren en smaken, ver weg van betaald vermaak ontdek je weer de kracht van eenvoudig samen zijn. Samen spelen en dansen, met je voeten een stofwolk maken, je lichaam wringend in hun kronkelende bewegingen, alles los laten, dat is moeilijk! Samen zweten, zwoegen, lachen, roepen, zitten in het zand, tekenend, schilderend, en wachten, soms uren wachten, nog zo iets moeilijk. In eenvoud kunnen we heel veel leren van elkaar.

Wanneer je geeft om de ander is wat je ook doet nooit verloren tijd.

Wat ik meegebracht heb van Oeganda? Deze Ugandese uitspraak:“Wòre keni”. “Respecteer jezelf”. En kijk daarbij vooral naar de mogelijkheden. Eén levensles dus: wees blij met de levensingrediënten die jij gekregen hebt. En maak er een smaakvol 1° klasse gerechtje van.

Dodongo mabè Tot ziens Kitgum!!!